.1.
Jij moet geen leerkracht zijn
Veel ouders zijn tegen wil en dank bijlesgevers en studiecoaches. Ze proberen hun kinderen te motiveren, te helpen organiseren en vechten collectief tegen de verslaving die schermtijd heet. Een ongelijke strijd.
Voor jullie, lieve ouders, geldt hetzelfde als voor jullie kinderen: jullie praten er wellicht te weinig over met anderen en/of mekaar en voelen je soms ook alleen of gefaald. Dat zijn jullie niet. De mentale crisis bij jongeren – ruim 1 op 5 worstelt ernstig – leeft ook in jullie hart. Ik kan dat niet oplossen, maar door heel wat thema’s aan te halen in mijn boek hoop ik dat jullie het gesprek hierover durven aanvatten. Een gesprek met andere ouders, met jullie jongeren én met hun school.
De gouden driehoek voor succesvol leren (groeien als mens én als toekomstige professional) bestaat uit de leerling, de school/leerkracht en de ouders. Samen. Ik wil jullie én jullie kinderen dan ook aansporen om het gesprek aan te gaan met anderen én met mekaar.
Want uiteindelijk ligt de grootste verantwoordelijkheid over hun toekomst en kansen bij zichzelf. Help hen om die kans niet te laten liggen. Maar dat wil niet zeggen dat je thuis voortdurend de rol van leerkracht moet opnemen. Wees vooral mama, wees vooral papa. Jij hoeft de inhoud van al die vakken niet te beheersen. Jij hoeft niet elk uur naast hen te zitten om hen te helpen, dat werkt op den duur ook contraproductief. Ze leren hierdoor niet om zelfstandig aan de slag te gaan. Wees er gewoon voor hen. Beloon hen omdat ze werken, of dat nu taken maken of studeren voor een toets betreft. Focus niet te hard op louter hun resultaat. In hun hoofd gaat heel veel om en zeker voor jongeren tussen de 12 en 18 jaar gaat dat gepaard met een storm aan emoties.
Bijna alle jongeren komen uiteindelijk op hun pootjes terecht. De ene werkt braaf en gedisciplineerd, de ander zal talloze omwegen maken, van school veranderen of zelfs middenjury gaan doen. Voor ouders voelen die alternatieve paden vaak als falen. Dat is het niet, echt niet. Jongeren willen van hun ouders vooral één ding horen: ‘geloof in mij’. Zeg hen dat af en toe, zeg dat je hen graag ziet ondanks de foutjes die ze maken. Zeg hen dat ze die foutjes mogen maken en praat dan nadien over wat ze eruit geleerd hebben. Vraag hulp op school, vraag waar en bij wie je terecht kan, voor je kind maar ook voor jezelf.
Hulp vragen is actief zorgen voor jezelf want een van de handnekkigste mythes vandaag is verwant aan The American Dream: het idee dat we het allemaal zelf en alleen moeten en kunnen doen. Dat is onzin, dat is zelfs onmogelijk. Dat andere cliché – it takes a village to raise a child – is pure waarheid. Wees mild voor jezelf als ouder, wees mild voor je kind. Veel moed!
.2.
Opvoeding moet niet alleen thuis gebeuren
“Opvoeding moet thuis gebeuren!” is de veelgehoorde dooddoener, de laatste tijd lees en hoor je die weer overal, van klavierridders én van ministers.
In een ideale wereld zou ik het daar (misschien) mee eens zijn. In een ideale wereld hebben alle gezinnen twee gezonde ouders en tijd voor en kennis over alles wat nodig is om kinderen vandaag ‘op te voeden’. In een ideale wereld zijn alle gezinnen zorgeloos. Zo ken er ik steeds minder, helaas. Was dat vroeger wel zo? Ik betwijfel het ook heel sterk. Vroeger werd er nog minder gesproken over heikele thema’s en taboes. Vroeger lag er overal een tapijtje waaronder dat alles in stilte werd weggeveegd.
Toch praten (de meeste) jongeren echt niet vaak in de diepte over hun problemen en zorgen met elkaar, of met volwassenen zoals hun ouders en leerkrachten. Ook al zijn ze heel mondig, streetwise en wereldwijs. De wereld vandaag is niet meer vergelijkbaar met veertig of twintig jaar geleden. Superdiversiteit is in West-Europa een feit en dat biedt uitdagingen maar – wat mij betreft – vooral veel rijkdom en kansen om kennis en inzichten uit te wisselen. Sociale media, schermtijd en overprikkeling zijn nieuw en het onderwijs zet moedige maar wellicht nog niet voldoende stappen om jongeren hiertegen te wapenen.
De eerste stap bij elk van de talloze mogelijke zorgen is herkenning, weten dat het bestaat en wat het is. Dat kan pas als het onderwijs al die broodnodige thema’s aan bod laat komen, tijd en ruimte ervoor geeft in de klas en in de wandelgangen.
Ik wil vanuit mijn boek gesprekken helpen opstarten over een heel aantal belangrijke onderwerpen in het hart van jongeren vandaag.
Waarom? Omdat ze je kind, jou en anderen kunnen inspireren om het er een keertje over te hebben. Zonder oordeel. Zonder een groot doel. Beseffen hoe pittig ze leven in het hart van veel jongeren, dat alleen al kan helpen, voor jongeren, voor jou als ouder, voor leerkrachten.
Het kan bij hen na die herkenning heel misschien leiden tot een diepere stap: erkenning van de eigen besognes (worstelingen). Wie weet kan het ook een stap zijn naar het vragen van hulp aan jou als ouder, aan vrienden, aan leerkrachten of zorgverleners op school. Misschien blijkt dan dat ook zij geen kant-en-klare oplossing liggen hebben maar kunnen ze je wel in contact brengen met professionele hulp: coaching of therapie. Als er vandaag één iets ontzettend sterk is, dan is het wel het brede veld van hulpverlening. Al zijn ze allemaal overbevraagd. Dat is – zacht gesteld – een ernstig teken aan de wand.
Ik ben er rotsvast van overtuigd dat we die overbevraging kunnen remmen als we op school meer tijd (mogen) vrijmaken voor al deze thema’s, voor de diepste vorm van inhoud die de menselijke geest voortbrengt: wijsheid.
Ik heb – net als jij hopelijk – een handvol leerkrachten die ik voor de rest van mijn leven zal koesteren en dankbaar zijn. De kans is groot dat zo’n leerkracht jou geraakt heeft vanuit een handeling of gesprek dat wijsheid ademde. Dat die leerkracht jou geholpen heeft met een uitdaging of zorg die buiten de lijnen van de schoolvakken viel. Dat die leerkracht voor heel even de rol van mentor op zich nam. En bijna zeker: jij én die leerkracht durfden zich kwetsbaar opstellen.
Neem mee dat niet alle leerkrachten vinden dat opvoeden iets voor thuis is. Echt niet. Een leerkracht is per definitie een opvoeder. Je kind leeft op school in een heel andere wereld dan thuis, al is dat vandaag relatief door altijd online te zijn. Pesten stopte vroeger vaak aan de schoolpoort, vandaag gaat dat thuis verder via Snapchat of andere sociale media. Hoe ze daarmee moeten (leren) omgaan vind ik een absolute taak voor het onderwijs.