Tijdens mijn laatste weken als docent aan de KdG zet ik tijdens heel wat coachingsessies in op psycho-educatie. Jongeren worstelen, ernstig, dat is geen nieuws. Vandaag staat het smartphonegebruik op de politieke agenda en de voorpagina van de kranten, in casu de minimumleeftijd voor sociale media.

Terecht, vind ik. Cyberpesten, slaaptekort, cognitieve overbelasting, het immanente oordeel, fomo, hyperidealisering, fake news, … We kunnen (als ouders en onderwijs) de impact nauwelijks bevatten.

Bij gen z en alpha leven ontzettend veel angsten en extreme (zelf)verwachtingen. Net daar kan het onderwijs (lager, middelbaar én hoger) een cruciale rol spelen. Dat bovenal in essentiële vakken die door de politiek helaas als optioneel worden bestempeld: burgerschap, diversiteit en inclusie, levensbeschouwing, kunst, … De economie staat centraal in het onderwijs, niet langer de mens.

Wat ik probeer mee te geven is dat ze niet alleen zijn met hun diepe angsten en gevoelens. Dat ze gelijk hebben in hun aanvoelen dat het allemaal niet klopt. Dat kwetsbaarheid durven tonen en hulp inroepen tekens zijn van een heel grote kracht. Maar doe dat maar eens in een wereld (de hunne) gedomineerd door hypermasculiniteit, door een oppervlakkigheid die elke vorm van intellectualisme weglacht, die draait rond instant rewarding, content met een aandachtsspanne van 5 seconden, die vrouwen opnieuw reduceert tot een lichaam waarover ze zelf geen zeggenschap mogen hebben. De maatstaf is onhaalbaar want onbestaand, onrealistisch, fictie. De context een wereld die klimaat, gelijkwaardigheid, vrede en worstelen uitlacht.

Ik stel hen daarom een belangrijke vraag: “met welk persoonlijk voornaamwoord beschrijf jij jezelf?”

Na diep graven wat een persoonlijk voornaamwoord weer is, antwoorden ze toch steevast met “ik”.

Als ik dan hun innerlijke dialoog bevraag, erop wijs dat ze het soms niet eens zijn met de eigen gedachten of een call and response-gesprek voeren in hun zachte hoofden, moeten ze toegeven dat “wij” een beter antwoord is. Dat ze daarin niet alleen zijn, monkey mind voor de boeddhistische vrienden. Ik ben wij, en wij is niet alleen … het is een bevrijding voor hen. Hun gedachten zijn niet (altijd) hen.

Daarna is elk gesprek met hen onmiddellijk anders, zachte bevrijding van moeten, een nieuw venster om anders naar de wereld en zichzelf te kijken. Gedachten zijn reminiscenties uit hun collectieve verleden. De stemmen van vrienden, ouders, leerkrachten en helaas ook van de ondraaglijke lichtheid die influencer heet, zelden een groot licht.

Een pleidooi voor zachtheid, kwetsbaarheid en sensitiviteit in het onderwijs. Al verdwijnen net die leerkrachten meer en meer uit … ‘het systeem’.

ps. En nog een kleine aanvulling: kunnen we stoppen met aan studenten te zeggen dat ‘falen’ iets goeds is. We bedoelen dat trial and error (en dus fouten maken) inherent deel is van het leerproces. Laten we dat dan ook zo benoemen, dat is geen falen.