exemplarisch lesgeven
De afgelopen weken heb ik me geërgerd. Boomers kunnen dat goed, zo ook ik. Tom Waes die overal zijn mea culpa mag etaleren, Remco Evenepoel die reclame maakt voor fast food, Ruben Van Gucht die flegmatisch zwaait met zijn rijbewijs. Moraliteit is démodé.
Toen ik een paper schreef over ‘de leerkracht als moreel voorbeeld’ kreeg ik heel grote lof van mijn docent in de lerarenopleiding. Ik vond dat enorm bizar. Ik vind het immers een evidentie maar dat is het blijkbaar allesbehalve. Zo werd me ook meermaals diets gemaakt door het management waarvoor ik tot voor kort werkte. Nu kan ik vrijuit spreken.
Op microschaal, de klas, kan je als leerkracht grote invloed hebben op je leerlingen. Op macroschaal worden jongeren elke minuut om de oren geslagen met voorbeelden van egocentrisme en eigen gewin, vooral op sociale media. Exemplarisch lesgeven is meer dan ooit noodzakelijk.
Dat is geen synoniem voor een oldskool katholiek vingertje. Moraliteit gaat niet over het opleggen van de eigen visie. Het gaat over het kritisch leren nadenken over wat goed is voor jongeren, hen tools geven om een eigen moreel kader te ontwikkelen. Nogmaals: dat is vandaag moeilijker dan ooit want het wereldnieuws toont alleen nog maar negatie van wetten en afspraken: Trump, Poetin maar dichter bij de deur kunnen dus onze politici, sporters, BV’s, … er ook wat van.
“Opvoeding is voor de ouders”, zo tieren die politici in koor. Wat … een … onzin!!! Als leerkracht ben je per definitie opvoeder. De complexiteit van de wereld sinds 2006 (de smartphone en sociale media) is voor nagenoeg alle ouders niet meer te bevatten. Jongeren delen zelden wat ze allemaal te zien en te horen krijgen. Pornificatie, cyberpesten, defaitisme, fake news, influencers, anti-autoriteit … Boks daar maar eens tegen op als mama of papa. Dat gevecht is bij voorbaat verloren.
Ons onderwijs heeft nood aan gedegen scholing voor leerkrachten over deze thema’s, en dat door experten. Jongeren hebben nood aan een vak dat hen hiermee leert omgaan. In mijn boek (februari 2026) heb ik daarom een brief geschreven aan het beleid waarin ik pleit voor een vak ‘psycho-educatie’.
Een vak dat ik essentieel vind: leer jongeren omgaan met de wereld, maak hen weerbaar door hen te tonen wat wél kan, hoe hun ontwikkeling verloopt, welke vormen van (neuro)diversiteit er allemaal zijn, hen die te leren omarmen ipv het wij-zij-denken dat politiek bon ton is als evidentie te zien. Een vak dat al in het lager onderwijs voet aan wal zou moeten krijgen.
En wij, leerkrachten? We doen er goed aan onszelf heel diep in te lezen en te informeren in de leefwereld van jongeren vandaag. Denk niet dat we dat vanzelfsprekend weten omdat we voor de klas staan en veel spreken met jongeren. In De Correspondent verscheen afgelopen dagen een relaas van een leerkracht die vertelt dat jongeren steeds minder vragen stellen in de klas. Hij kijkt daarvoor naar een tanende nieuwsgierigheid. Ik niet. Ik heb vooral veel onzekerheid en angsten gehoord in de gesprekken die ik had voor mijn boek. Jongeren willen wel maar durven niet uit angst voor twee dingen: fouten maken én oordeel van anderen én zichzelf.
Laten we dus beginnen bij onszelf. Vertel in de klas als volwassene, als leerkracht, over je eigen onzekerheden, fouten en levenslange zoektocht van vallen en opstaan. Want een leerkracht die er enkel staat als alwetende expert, creëert een onbereikbare lat voor jongeren. Jij bent vakexpert maar geen expert van het leven, niemand is dat.
Exemplarisch lesgeven begint met het durven tonen van de eigen kwetsbaarheid en fouten. Met het doorbreken van de perfectionistische lat. Dat vereist durf. Klopt. Durf dat dus en ik beloof dat je meer connectie zal maken met jongeren want dan pas zullen ze zich wél identificeren met jou.
Welk rolmodel zal jij zijn in 2026?